januari

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Januari: Très riches heures du duc de Berry

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·nu·a·ri
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Latijnse mensis Ianuarius (de maand van Janus). Janus was de Romeinse god van deuren en poorten en in zijn algemeenheid van alle begin.
enkelvoud meervoud
naamwoord januari -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

januari m

  1. de eerste maand van het jaar
    Januari is één van de koudste maanden van het jaar.
Verwante begrippen
Maanden in het Nederlands
januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december
Vertalingen

Meer informatie


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse januari en etymologisch gespeld.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  januari     -  

Zelfstandig naamwoord

januari

  1. januari
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: yanüari.


Maanden in het Papiamento
Bonaire en Curaçao:
Aruba:

yanüari
januari
januari
febrüari
februari
februari
mart
maart
maart
aprel
april
april
mei
mei
mei
yüni
juni
juni
yüli
juli
juli
ougùstùs
augustus
augustus
sèptèmber
september
september
oktober
october
oktober
novèmber
november
november
desèmber
december
december



Zweeds

Zelfstandig naamwoord

januari g

  1. januari
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   januari     januarimånaden     januarimånader     januarimånaderna  
genitief   januaris     januarimånadens     januarimånaders     januarimånadernas  


Maanden in het Zweeds
januari
januari
februari
februari
mars
maart
april
april
maj
mei
juni
juni
juli
juli
augusti
augustus
september
september
oktober
oktober
november
november
december
december