jul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
  • IPA: /juːˀl/
Woordafbreking
  • jul
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse jól.

Zelfstandig naamwoord

jul g

  1. (religie) Kerstmis
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   jul     julen     jule     julene  
genitief   juls     julens     jules     julenes  
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • jul
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse jól.

Zelfstandig naamwoord

jul g

  1. (religie) Kerstmis, kerstfeest
    «Vi ønsker deg en riktig god jul, og et smart nytt år!»
    Wij wensen u een vrolijk kerstfeest, en een voorspoedig nieuw jaar!
  2. (verouderd) joelfeest
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   jul     m: julen
v: jula  
  juler     julene  
genitief   juls     m: julens
v: julas  
  julers     julenes  
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • jul
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse jól.

Zelfstandig naamwoord

jul v

  1. (religie) Kerstmis, kerstfeest
  2. (verouderd) joelfeest
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   jul     jula     juler     julene  
genitief                
Schrijfwijzen
  • (bijvorm) jol
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen


Servisch

Zelfstandig naamwoord

jul m

  1. juli
Verbuiging
Schrijfwijzen
  • Cyrillische transcriptie: јул.


Maanden in het Servisch
Cyrillisch:
Latijns:

јануар
januar
januari
фебруар
februar
februari
март
mart
maart
април
april
april
мај
maj
mei
јун, јуни
jun, juni
juni
јул, јули
jul, juli
juli
август
avgust
augustus
септембар
septembar
september
октобар
oktobar
oktober
новембар
novembar
november
децембар
decembar
december



Servo-Kroatisch

Zelfstandig naamwoord

jul m

  1. juli


Maanden in het Servo-Kroatisch
januar
januari
februar
februari
mart
maart
april
april
maj
mei
jun
juni
jul
juli
avgust
augustus
septembar
september
oktobar
oktober
novembar
november
decembar
december



Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • jul
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse jól.

Zelfstandig naamwoord

jul g

  1. (religie) Kerstmis
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   jul     julen     jular     jularne  
genitief   juls     julens     julars     jularnes  
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen