bodem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bo·dem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bodem | bodems |
| verkleinwoord | bodempje | bodempjes |
Zelfstandig naamwoord
bodem m
- een onderkant
- De bodem van de emmer is lek.
- de grond
- De bodem raakte hierdoor verontreinigd.
- (scheepvaart) een schip
- In de haven lag een vloot van meer dan dertig Engelse bodems.
Afgeleide begrippen
- [3] oorlogsbodem
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.