zwam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwam
enkelvoud meervoud
naamwoord zwam zwammen
verkleinwoord zwammetje zwammetjes

Zelfstandig naamwoord

zwam v/m

  1. (schimmels) schimmel in hun bestaan afhankelijk van andere organismen
    • Zwammen parasiteren soms op andere planten. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwammen

zwam

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwammen
    • Ik zwam. 
  2. gebiedende wijs van zwammen
    • Zwam! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwammen
    • Zwam je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie