zwamneus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwam·neus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwamneus zwamneuzen
verkleinwoord zwamneusje zwamneusjes

Zelfstandig naamwoord

zwamneus m/v

  1. iemand die zwamt
    • Sommige pubers gedragen zich als zwamneuzen. 

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be