zwammetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwam·me·tje

Zelfstandig naamwoord

zwammetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zwam

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.