splijtzwam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • splijt·zwam
Woordherkomst en -opbouw
  • oude benaming voor bacterie, letterlijke vertaling van de term schizomycetes (splijtzwammen, van het Grieks σχίζειν en μυκητες)
enkelvoud meervoud
naamwoord splijtzwam splijtzwammen
verkleinwoord splijtzwammetje splijtzwammetjes

Zelfstandig naamwoord

splijtzwam v/m

  1. figuurlijk: veroorzaker van onenigheid, twistpunt
    • Het migratieprobleem belooft een Europese splijtzwam te worden.  

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be