hartzeer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] gebroken hartje als teken van harzeer
Uitspraak
Woordafbreking
  • hart·zeer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hartzeer
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hartzeer o [1]

  1. emotionele pijn die ontstaat door het verlies van een geliefd persoon
    • En zo raak ik mijn dochter weer kwijt. Hoeveel hartzeer kan één man verdragen?[2] 
  2. ergens geestelijk onder lijden
    • Ik ga aan boord en vind een zitplaats naast het raam aan de stuurboord kant van de helikopter. Vijf minuten later, en Kailahun ligt achter me, met het geluk en het hartzeer van de afgelopen maand. Ik weet dat ik hier nooit terug zal komen, maar ik weet ook dat ik deze plaats nooit helemaal achter me zal laten. Ik kijk toe hoe de stad plaats maakt voor een groen tapijt van bomen en dan val ik opvallend genoeg in slaap.[3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Adams, Douglas Eoin Colfer Hitchhiker's Guide deel zes van drie En dan nog iets ... 2010 ISBN 978-90-225-5659-7 pagina 75
  3. Dennis, Andy en Anna Simon Ebola van dichtbij 2016 ISBN 978-94-6153971-7 pagina 234