zeergeleerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeer·ge·leerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen zeergeleerd
verbogen zeergeleerde
partitief zeergeleerds

Bijvoeglijk naamwoord

zeergeleerd

  1. deel van de titel van iemand met een doctorstitel.
    • Hij werd aangeschreven met "zeergeleerde heer". 

Gangbaarheid