wisse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·se

Werkwoord

vervoeging van
wissen

wisse

  1. aanvoegende wijs van wissen

Bijvoeglijk naamwoord

wisse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van wis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wisse wissen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wisse v / m [2]

  1. kubieke meter brandhout


Gangbaarheid

Verwijzingen


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·se
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
wisse
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gewest
enkelvoud meervoud
1e persoon ich weess mir wisse
2e persoon du weescht [1] dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
wisst
wisse
wisst
wisse
wisse
3e persoon er weess sie wisse
sie weess
es weess

Werkwoord

wisse

  1. weten
    «As viel vun eich schunn wisse, der Dr. Martin Luther King hot versucht unsre Gsellschaft zu refermiere.»
    Zoals vele van jullie al weten, heeft Dr. Martin Luther King geprobeerd onze samenleving te hervormen.
Opmerkingen

Verwijzingen

  1. Als de woordstam op een sisklank eindigt vervalt de sibilant [ss].