know

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to know
he/she/it knows
verleden tijd knew
voltooid
deelwoord
known
onvoltooid
deelwoord
knowing
gebiedende wijs know

Werkwoord

know

  1. weten
    «I know that I’m right.»
    Ik weet dat ik gelijk heb.
  2. kennen
    «I know your mother, but not your father.»
    Ik ken je moeder, maar niet je vader.