werkdag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkdag werkdagen
verkleinwoord werkdagje werkdagjes

Zelfstandig naamwoord

werkdag m

  1. een dag waarop gewerkt wordt
    In een week zijn meestal maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een werkdag.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie