werkdag
Uiterlijk
- werk·dag
- samenstelling van werk zn en dag zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | werkdag | werkdagen |
| verkleinwoord | werkdagje | werkdagjes |
de werkdag m
- elk van de weekdagen waarop men arbeid behoort te verrichten
- werkendag (uitspraakvariant in Belgisch-Nederlands)
- schooldag, weekenddag, weekdag [1], werkuur, werkweek
- Het woord werkdag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "werkdag" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 of 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %