welkom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·kom
Woordherkomst en -opbouw
  • van Middelnederlands wellecome [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen welkom welkomer welkomst
verbogen welkome welkomere welkomste
partitief welkoms welkomers -

Bijvoeglijk naamwoord

welkom

  1. gewenst zijn te blijven
    • Hij is een welkome gast. 
    • Dit is een welkome afwisseling. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord welkom -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

welkom o

  1. begroeting, verwelkoming
  2. ontvangst, onthaal
Verwante begrippen

Tussenwerpsel

welkom!

  1. begroeting uitgesproken wanneer een persoon of groep ergens arriveert
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen