Naar inhoud springen

begroeting

Uit WikiWoordenboek
  • be·groe·ting
enkelvoud meervoud
naamwoord begroeting begroetingen
verkleinwoord begroetinkje begroetinkjes

debegroetingv

  1. het erkennen van elkaars aanwezigheid wanneer men elkaar ontmoet
    • De begroeting was hartelijk en open. 
     'Daar is hij weer,' zei ze bij wijze van begroeting.[1]
     Knappe jongen, dacht Chantal. Leuke uitstraling, niet overdreven macho. ‘Hé, Heleen. ’ Na deze korte begroeting keek hij Chantal aan en knikte.[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]