vreugd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreugd
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van vreugde [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord vreugd vreugden
vreugdes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vreugd v

  1. vrolijke opgewekte stemming
    • Na de vreugde en tranen van gisteravond tijdens de verkiezingsbijeenkomsten kwamen de gekozen Tweede Kamerleden vandaag bijeen in Den Haag. Voor taart, maar ook om de volgende stappen te bespreken. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • hoe meer zielen hoe meer vreugd
hoe meer mensen er zijn hoe leuker het is
  • veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven
veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. vreugd op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC 16 maart 2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be