vreugdevuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreug·de·vuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vreugdevuur vreugdevuren
verkleinwoord vreugdevuurtje vreugdevuurtjes

Zelfstandig naamwoord

vreugdevuur o

  1. een groots door mensen opgebouwd en gecontroleerd vuur om iets te vieren
    • Tijdens nieuwjaarsnacht werd er een groot vreugdevuur ontstoken. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be