vreugdevuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreug·de·vuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vreugdevuur vreugdevuren
verkleinwoord vreugdevuurtje vreugdevuurtjes

Zelfstandig naamwoord

vreugdevuur o

  1. een groots door mensen opgebouwd en gecontroleerd vuur om iets te vieren
    • Tijdens nieuwjaarsnacht werd er een groot vreugdevuur ontstoken. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie