voorstel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·stel
enkelvoud meervoud
naamwoord voorstel voorstellen
verkleinwoord voorstelletje voorstelletjes

Zelfstandig naamwoord

voorstel o

  1. hetgeen dat voorgesteld wordt [1]
    Hij deed hem een voorstel.
  2. het voorste stuk of gedeelte van iets (net als voordeel) [2]
Synoniemen
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
voorstellen

voorstel

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorstellen
    ... dat ik voorstel.
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal