heroveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
heroveren heroverend
herovering heroverd
Uitspraak
Woordafbreking
  • her·ove·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
heroveren
heroverde
heroverd
zwak -d volledig

Werkwoord

heroveren [1]

  1. overgankelijk, (militair) een eerder verloren positie opnieuw veroveren
    • De stad werd heroverd en dit luidde het begin van het einde in. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen