veroorzaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·oor·za·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veroorzaken
veroorzaakte
veroorzaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

veroorzaken

  1. (overgankelijk) de oorzaak zijn van
    Het doorknippen van het rode draadje veroorzaakte de explosie.
Vertalingen