veroorzaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·oor·za·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veroorzaken
veroorzaakte
veroorzaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

veroorzaken

  1. overgankelijk de oorzaak zijn van
    • Het doorknippen van het rode draadje veroorzaakte de explosie. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl