verlof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verlof verloven
verkleinwoord verlofje verlofjes

Zelfstandig naamwoord

verlof o

  1. een periode waarin men toestemming krijgt om iets te doen, bijvoorbeeld vakantiedagen opnemen
    • Mijn verlof begint op de eerste zomerdag. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie