verkeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verkeren
verkeerde
verkeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

verkeren

  1. inergatief in een toestand zijn
    • Nederland verkeert financieel in een veel betere toestand dan sommige andere EU-leden. 
  2. omgang en/of een amoureuze band hebben
  3. (verouderd) (17e eeuws) ~in, veranderen, omkeren
    • "Het kan verkeren" zei Bredero! 
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • verkeren kunnen
omstandigheden kunnen snel veranderen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen