verdagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·da·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van dag met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdagen
verdaagde
verdaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

verdagen

  1. overgankelijk (juridisch) een zitting opschorten tot een nadere datum
    • Er werd besloten de zitting te verdagen. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen