toetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [A] toe·tje
  • [B] toet·je
Woordherkomst en -opbouw
  • [A]: toe met het achtervoegsel -tje
  • [B] toet met het achtervoegsel -je
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord toetje toetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] toetje o

  1. dim. tant. (voeding) het gerecht waarmee een maaltijd wordt afgesloten.
     Als toetje nam ik twee ibuprofen-pillen om de pijn in mijn voeten te verdoven en ik kroop met vermoeide benen in mijn slaapzak.[1]
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[B] toetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord toet
    1. gezichtje
    2. knotje in het haar

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be