toetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [A] toe·tje
  • [B] toet·je
Woordherkomst en -opbouw
  • [A]: toe met het achtervoegsel -tje
  • [B] toet met het achtervoegsel -je
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord toetje toetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] toetje o

  1. dim. tant. (voeding) het gerecht waarmee een maaltijd wordt afgesloten.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[B] toetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord toet
    1. gezichtje
    2. knotje in het haar

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie