testament

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tes·ta·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord testament testamenten
verkleinwoord testamentje testamentjes

Zelfstandig naamwoord

testament o

  1. een bindende verklaring waarin een overledene voor diens dood heeft laten vastleggen wat er te doen staat met de nalatenschap
    • Dit testament is onmogelijk aan te vechten. 
  2. (religie) één van de twee boekdelen van de bijbel
    • De bijbel kent het oude en het nieuwe testament. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie