erven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
erven ervend
erf geërfd
erfenis erfelijk
Uitspraak
Woordafbreking
  • er·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
erven
/'ʔɛr.və(n)/
erfde
/'ʔɛrv.də/
geërfd
/ɣə'ʔɛrft/
zwak -d volledig

Werkwoord

erven

  1. overgankelijk de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen
    • Zij erfde een prachtig schilderij van haar oma. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

  1. erfgenamen
  2. meervoud van erf

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie