terminal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·mi·nal
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Engels overgenomen
enkelvoud meervoud
naamwoord terminal terminals
verkleinwoord terminaltje terminaltjes

Zelfstandig naamwoord

terminal m

  1. (informatica) een apparaat waarmee een computer op afstand interactief te bedienen is
  2. (verkeer) de ruimte op een vliegveld of in een haven waar passagiers aankomen en vertrekken

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
terminal terminals

Zelfstandig naamwoord

terminal

  1. (elektronica) contactpunt


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·mi·nal
enkelvoud meervoud
terminal terminales

Zelfstandig naamwoord

terminal v

  1. (scheepvaart), (luchtvaart) terminus, eindstation, eindhalte
  2. eindpunt
Verwante begrippen
  enkelvoud meervoud
mannelijk terminal terminales
vrouwelijk terminal terminales

Bijvoeglijk naamwoord

terminal

  1. laatste, eind, slot
Verwijzingen