terminal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·mi·nal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord terminal terminals
verkleinwoord terminaltje terminaltjes

Zelfstandig naamwoord

terminal m

  1. (informatica) een apparaat waarmee een computer op afstand interactief te bedienen is
  2. (verkeer) de ruimte op een vliegveld of in een haven waar passagiers aankomen en vertrekken
Gangbaarheid
98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

enkelvoud meervoud
terminal terminals

Zelfstandig naamwoord

terminal

  1. (elektronica) contactpunt


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·mi·nal
enkelvoud meervoud
terminal terminales

Zelfstandig naamwoord

terminal v

  1. (scheepvaart), (luchtvaart) terminus, eindstation, eindhalte
  2. eindpunt
Verwante begrippen
  enkelvoud meervoud
mannelijk terminal terminales
vrouwelijk terminal terminales

Bijvoeglijk naamwoord

terminal

  1. laatste, eind, slot
Verwijzingen