contactpunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tact·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord contactpunt contactpunten
verkleinwoord contactpuntje contactpuntjes

Zelfstandig naamwoord

contactpunt o [1]

  1. punt waar een contact tot stand komt
  2. (elektrotechniek) schakelaar in een elektrische circuit
  3. (motortechniek) schakelaar die herhaaldelijk geopend en gesloten wordt om een vonk voor de motor op te wekken
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen