Naar inhoud springen

materiaal

Uit WikiWoordenboek
  • ma·te·ri·aal
  • Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘bouwstof’ voor het eerst aangetroffen in 1545 [1]
  • mogelijk van het Oudfranse 'material'
enkelvoud meervoud
naamwoord materiaal materialen
verkleinwoord materiaaltje materiaaltjes

hetmateriaalo

  1. (materiaalkunde) een tastbare stof (-> materie)
    • Van welk materiaal is die brug gemaakt? 
     Hij begon niet met het onderzoeken-van bloed van pestdoden, maar nam materiaal van hun gezwollen lymfeklieren.[2]
     Cuben fiber is een superlicht maar sterk materiaal, afkomstig uit de zeilwereld.[3]
     Ondertussen zat zijn zoon urenlang te lezen en ervoer een duizeling, een roes haast, als hij las over de veelzijdigheid van het materiaal en wat je allemaal kon doen om er de optimale vorm aan te geven.[4]
  2. geheel van zaken die men voor een bepaald doel nodig heeft, benodigdheden


100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "materiaal" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Roel Coutinho
    “Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310592
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be