materiaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·te·ri·aal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘bouwstof’ voor het eerst aangetroffen in 1545 [1]
  • mogelijk van het Oudfranse 'material'
enkelvoud meervoud
naamwoord materiaal materialen
verkleinwoord materiaaltje materiaaltjes

Zelfstandig naamwoord

materiaal o

  1. (materiaalkunde) een tastbare stof (-> materie)
    • Van welk materiaal is die brug gemaakt? 
  2. geheel van zaken die men voor een bepaald doel nodig heeft, benodigdheden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen