stiekem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stie·kem
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘heimelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1875 [1]
  • Herkomst: Jiddisj (vernederlandste vorm) [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stiekem stiekemer stiekemst
verbogen stiekeme stiekemere stiekemste
partitief stiekems stiekemers -

Bijvoeglijk naamwoord

stiekem

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) stil, heimelijk
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

stiekem

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) in het geniep, op onderhandse wijze
    • Ze hadden stiekem een punaise op zijn stoel gelegd. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen