heimelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·me·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heimelijk heimelijker heimelijkst
verbogen heimelijke heimelijkere heimelijkste
partitief heimelijks heimelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

heimelijk

  1. geheim, opzettelijk verborgen
    • Een heimelijke glimlach verraadde zijn intenties, maar niemand keek. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl