stap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stap stappen
verkleinwoord stapje stapjes

Zelfstandig naamwoord

stap m

  1. het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan
    • Door zijn stap te vergroten ging hij sneller lopen. 
  2. een kleine beweging naar een bepaald doel
    • Het is afwachten tot iemand de eerste stap zet om te komen tot vrede. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stappen

stap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stappen
    • Ik stap. 
  2. gebiedende wijs van stappen
    • Stap! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stappen
    • Stap je? 

Verwijzingen