misstap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·stap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord misstap misstappen
verkleinwoord misstapje misstapjes

Zelfstandig naamwoord

misstap m

  1. fout, blunder, misdaad, iets dat je beter niet had kunnen of mogen doen
    • AZ heeft zich geplaatst voor de voorrondes van de Europa League. Op bezoek bij Excelsior maakte het optimaal gebruik van de misstap van Feyenoord: 1-4. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Werkwoord

vervoeging van
misstappen

misstap

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van misstappen
    • ... dat ik misstap.