spinde

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spin·de
enkelvoud meervoud
naamwoord spinde spinden
verkleinwoord spindetje spindetjes

Zelfstandig naamwoord

spinde v/m

  1. een voorraadkast, een provisiekast
    • Leg je het brood in de spinde? 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spinnen

spinde

  1. enkelvoud verleden tijd van spinnen
    • Ik spinde. 
    • Jij spinde. 
    • Hij, zij, het spinde. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
50 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be