aanspinnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spin·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanspinnen
spon aan
aangesponnen
klasse 3 volledig

Werkwoord

aanspinnen

  1. overgankelijk iets ~ aan, al spinnend iets bevestigen
    • Beide uiteinden zijn open en tijdens het leven van de rups worden ook hieraan vaak grootere voedselstukjes, echter slechts tijdelijk en losjes, aangesponnen;[1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Setomorpha Tineoides
    Over de ontwikkelingstoestanden van enige Microlepidoptera van Java
    W. van Deventer, blz 82. Tijdschrift voor entomologie 1903