soezerig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soe·ze·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen soezerig soezeriger soezerigst
verbogen soezerige soezerigere soezerigste
partitief soezerigs soezerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

soezerig [1]

  1. slaperig of slaapverwekkend
    • Elk jaar verlaten we soezerig wellnesscentrum Elysium in Bleiswijk, in onze ogen een van de mooiste wellnesscentra van Nederland. Tijdens ons recente bezoek viel er helaas weinig te relaxen. [2] 
    • Een 297 kilometer durend, soezerig voorspel met een massasprint aan het eind: daarmee zijn de meeste edities van La Primavera wel afdoende samengevat. Niet zelden wint de snelste, een onbevredigend procedé voor de gemiddelde wielerliefhebber, die tevergeefs hoopt op intrige en onrecht. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Sanne Schelfaut 13-11-18 Sauna's niet meer zo ‘relaxed’: honderden klachten van bezoekers
  3. HP de Tijd 25/03 | 2011 door:Frank Heinen Naar beneden
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be