slaapverwekkend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slaap·ver·wek·kend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen slaapverwekkend slaapverwekkender slaapverwekkendst
verbogen slaapverwekkende slaapverwekkendere slaapverwekkendste
partitief slaapverwekkends slaapverwekkenders -

Bijvoeglijk naamwoord

slaapverwekkend

  1. saai, vervelend, duf
    • Hij kon zijn ogen moeilijk openhouden tijdens het slaapverwekkende hoorcollege. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.