snoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snoek
enkelvoud meervoud
naamwoord snoek snoeken
verkleinwoord snoekje snoekjes

Zelfstandig naamwoord

snoek m

  1. (vissen) een roofvis die in zoete wateren voorkomt
  2. een figuur uit de acrobatiek, nl. de positie van de bovenpersoon wanneer deze horizontaal op de handen van een staande of voeten van een liggende onderpersoon ligt. (bv. de hoge of de lage snoek)
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie