snoeken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snoe·ken

Zelfstandig naamwoord

snoeken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord snoek

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie