schimpscheut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schimp·scheut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schimpscheut schimpscheuten
verkleinwoord schimpscheutje schimpscheutjes

Zelfstandig naamwoord

schimpscheut m

  1. hatelijke (verdekte) toespeling

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders
55 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl