scheef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheef
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen scheef schever scheefst
verbogen scheve schevere scheefste
partitief scheefs schevers -

Bijvoeglijk naamwoord

scheef

  1. niet recht, niet onder een rechte hoek
    • Deze afbeelding maakt gebruike van een scheve projectie. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
jaloers zijn op iemand
  • de lampt hangt scheef.
het geld is op
  • er is geen pot zo scheef, of er past wel een deksel op.
ook voor een minder mooi meisje is er een man te vinden)
  • schots en scheef zijn/staan
ongeordend door elkaar heen
  • zijn pruik staat scheef.
hij is gehumeurd
  • zo scheef als een krab
erg scheef
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

Woordherkomst en -opbouw
  • afvaldeeltje van vlas [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord scheef scheven
verkleinwoord scheefje scheefjes

Zelfstandig naamwoord

scheef v/m [4]

  1. afval deeltje van vlas

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal