Naar inhoud springen

reservoir

Uit WikiWoordenboek
  • re·ser·voir
enkelvoud meervoud
naamwoord reservoir reservoirs
verkleinwoord reservoirtje reservoirtjes

hetreservoiro

  1. (waterbeheer) plaats waar water of een andere vloeistof bewaard kan worden
     Het reservoir is van een fabriek nabij een inmiddels gesloten fosfaatmijn in de buurt van de stad Tampa. Het water is een mix van zout water, gemengd met afval- en regenwater. Volgens het milieudepartement van Florida bevat het verhoogde niveaus van fosfor en stikstof en is het water relatief zuur, maar is het hoogstwaarschijnlijk niet giftig.[1]
  2. (medisch) plaats waar ziekteverwekkers zich kunnen ophopen
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 17 november 2023 Weblink bron “Florida werkt met man en macht om 'catastrofale overstroming' te voorkomen” (Maandag 5 april 2021, 03:38), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


enkelvoud meervoud
reservoir reservoirs

reservoir

  1. (waterbeheer) reservoir, waterbekken
  2. voorraad, reserve
vervoeging
onbepaalde wijs to  reservoir 
he/she/it  reservoirs 
verleden tijd  reservoired 
voltooid
deelwoord
 reservoired 
onvoltooid
deelwoord
 reservoiring 
gebiedende wijs  reservoir 

reservoir

  1. overgankelijk bijeenzamelen, vergaren






  • IPA: /rɛzɛrvɔaːr/
  • re·ser·voir

reservoir monbezield

  1. (verouderd) reservoir, container, tank; daar waar een gas of vloeistof getankt kan worden
  2. (verouderd)(figuurlijk) reservoir; een soortgelijke plaats waar het mogelijk is, een noodzakelijk iets (bijvoorbeeld: energie, ideeën en dergelijke) te tanken