reservoir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·voir
enkelvoud meervoud
naamwoord reservoir reservoirs
verkleinwoord reservoirtje reservoirtjes

Zelfstandig naamwoord

reservoir o

  1. plaats waar water of een andere vloeistof bewaard kan worden
  2. (medisch) plaats waar ziekteverwekkers zich kunnen ophopen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie