reservoir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·voir
enkelvoud meervoud
naamwoord reservoir reservoirs
verkleinwoord reservoirtje reservoirtjes

Zelfstandig naamwoord

reservoir o

  1. plaats waar water of een andere vloeistof bewaard kan worden
  2. (medisch) plaats waar ziekteverwekkers zich kunnen ophopen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /rɛzɛrvɔaːr/
Woordafbreking
  • re·ser·voir

Zelfstandig naamwoord

reservoir monbezield

  1. (verouderd) reservoir, container, tank; daar waar een gas of vloeistof getankt kan worden
  2. (verouderd)(figuurlijk) reservoir; een soortgelijke plaats waar het mogelijk is, een noodzakelijk iets (bijvoorbeeld: energie, ideeën en dergelijke) te tanken
Verbuiging
Schrijfwijzen

Verwijzingen