reservering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·ve·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reservering reserveringen
verkleinwoord reserverinkje
reserveringetje
reserverinkjes
reserveringetjes

Zelfstandig naamwoord

reservering v/m

  1. het vooraf bespreken van een plaats in een openbare gelegenheid, vervoermiddel, restaurant e.d.
    • Als u geen reservering heeft, kunnen we u helaas niet helpen. 
  2. een ring die ter reserve wordt aangehouden en bedoeld is om te gebruiken indien een andere ring kapot gaat of kwijt raakt.
    • Als u geen reservering heeft, kunnen we u helaas niet helpen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.