rep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rep

Werkwoord

vervoeging van
reppen

rep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reppen
    • Ik rep. 
  2. gebiedende wijs van reppen
    • Rep! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reppen
    • Rep je? 


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • rep
Naar frequentie 3579
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   rep     repet     rep     repen  
genitief   reps     repets     reps     repens  

Zelfstandig naamwoord

rep, o

  1. koord, touw
    «Bergsklättrarna lämnar tomma syrgastuber, tält, rep och annat uppe på berget.»
    De bergbeklimmers laten lege zuurstofbuizen, tenten, touwen en andere dingen achter op de berg.
  2. (spreektaal), (verkorting) afkorting van  repetition zn 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
touwtjespringen
Verwante begrippen
Anagrammen

Zelfstandig naamwoord

rep

  1. genitief onbepaald derde persoon onzijdig enkelvoud van rep