hoppa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hop·pa
Woordherkomst en -opbouw

klanknabootsing door de oplopende toonhoogte waarmee de eerste lettergreep wordt uitgesproken

Tussenwerpsel

hoppa

  • hopla, uitroep bij een een korte beweging omhoog

Gangbaarheid


IJslands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse werkwoord hoppa
Naar frequentie 5792
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid deelwoord
(supinum)
3e pers enk. 1e pers mv.
hoppa hoppaði hoppaðum hoppað
volledig

Werkwoord

hoppa

  1. springen



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hop·pa
Naar frequentie 25679

Werkwoord

hoppa

  1. zwakke verbuiging verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoppe
Schrijfwijzen

har hoppa

  1. zwakke verbuiging voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoppe
Schrijfwijzen

hoppa

  1. zwakke verbuiging voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van hoppe
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

hoppa

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van hopp

Zelfstandig naamwoord

hoppa

  1. nominatief bepaald vrouwelijk enkelvoud van hoppe
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • hop·pa

Werkwoord

hoppa

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast hoppe, zie aldaar

hoppa

  1. zwakke verbuiging verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoppa

har hoppa

  1. zwakke verbuiging voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoppa

hoppa

  1. zwakke verbuiging voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van hoppe

hoppa

  1. zwakke verbuiging gebiedende wijs van hoppa
Schrijfwijzen

Werkwoord

hoppa

  1. zwakke verbuiging verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoppe

har hoppa

  1. zwakke verbuiging voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoppe

hoppa

  1. zwakke verbuiging voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van hoppe

hoppa

  1. zwakke verbuiging gebiedende wijs van hoppe
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

hoppa

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van hopp

Zelfstandig naamwoord

hoppa

  1. nominatief bepaald vrouwelijk enkelvoud van hoppe

hoppa

  1. verouderde spelling of vorm van hoppe tot 2012 [1]
(nominatief onbepaalde vrouwelijke vorm enkelvoud van hoppe)

Verwijzingen

  1. Taalhervorming vanaf 1 augustus 2012:
    Ny rettskriving for 2000-talet, punt 3.1.4 (in het Nynorsk)


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • hop·pa
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse werkwoord hoppa
Naar frequentie 580
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
hoppa
hoppade
hoppad
volledig

Werkwoord

hoppa

  1. springen
Verwante begrippen