rente

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ren·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘interest’ voor het eerst aangetroffen in 1230 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rente rentes
renten
verkleinwoord rentetje rentetjes

Zelfstandig naamwoord

rente v/m

  1. (economie) op geregelde tijden te betalen geldbedrag voor het vruchtgebruik van een geleende som geld
  2. (economie) periodieke geldelijke opbrengst (-> lijfrente)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
rentar

rente

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rentar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rentar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rentar