rentelast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ren·te·last
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rentelast rentelasten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rentelast m [1]

  1. (financieel) de interest die betaalt moet worden over een schuld
    • Pharming kondigde aan de afgelopen periode bijna 10,6 miljoen nieuwe aandelen te hebben uitgegeven. Het biotechbedrijf deed dat vanwege de conversie van obligaties. Volgens topman Sijmen de Vries is de conversie goed nieuws voor aandeelhouders, onder meer door lagere rentelasten voor het bedrijf.[2] 
    • De huurinkomsten van het bedrijf vielen in de maanden juli, augustus en september gemiddeld 4,5 procent hoger uit dan een jaar eerder. De opbrengsten stegen met 11 procent. Naast de hogere huren zorgden ook lagere kosten door verminderde rentelasten en investeringen in panden voor een hogere winst.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 05 dec. 2017
  3. de Telegraaf 10 nov. 2017