recalcitrant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cal·ci·trant
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord recalcitrare met het voorvoegsel re-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen recalcitrant recalcitranter recalcitrantst
verbogen recalcitrante recalcitrantere recalcitrantste
partitief recalcitrants recalcitranters -

Bijvoeglijk naamwoord

recalcitrant

  1. onwillig, tegendraads, tegenstrevend, dwars
    • De recalcitrante jongeman werd gedwongen om de taak te verrichten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
59 % van de Vlamingen.


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cal·ci·trant
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord recalcitrare met het voorvoegsel re-
stellend vergrotend overtreffend
recalcitrant more recalcitrant most recalcitrant

Bijvoeglijk naamwoord

recalcitrant

  1. bokkig, dwars, haatdragend, koppig, Evan, onbuigzaam, ongehoorzaam, onverzettelijk, opstandig, rebellerend, recalcitrant, stijfhoofdig, stijfkoppig, stug, taai, verbeten, weerbarstig, weerspannig
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • a recalcitrant substance
een recalcitrant stof
  • recalcitrant teenagers
recalcitrante pubers