recalcitrant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cal·ci·trant
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘weerspannig’ voor het eerst aangetroffen in 1830 [1]
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord recalcitrare met het voorvoegsel re-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen recalcitrant recalcitranter recalcitrantst
verbogen recalcitrante recalcitrantere recalcitrantste
partitief recalcitrants recalcitranters -

Bijvoeglijk naamwoord

recalcitrant

  1. onwillig, tegendraads, tegenstrevend, dwars
    • De recalcitrante jongeman werd gedwongen om de taak te verrichten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
59 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cal·ci·trant
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
recalcitrant more recalcitrant most recalcitrant

Bijvoeglijk naamwoord

recalcitrant

  1. bokkig, dwars, haatdragend, koppig, Evan, onbuigzaam, ongehoorzaam, onverzettelijk, opstandig, rebellerend, recalcitrant, stijfhoofdig, stijfkoppig, stug, taai, verbeten, weerbarstig, weerspannig
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • a recalcitrant substance
een recalcitrant stof
  • recalcitrant teenagers
recalcitrante pubers