stijfkoppig
Uiterlijk
- Geluid: stijfkoppig (hulp, bestand)
- IPA: / stɛifˈkɔpəx / (3 lettergrepen)
- stijf·kop·pig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | stijfkoppig | stijfkoppiger | stijfkoppigst |
| verbogen | stijfkoppige | stijfkoppigere | stijfkoppigste |
| partitief | stijfkoppigs | stijfkoppigers | - |
stijfkoppig
- dat iemand niet flexibel is maar altijd blijft vasthouden aan zijn eigen ideeën
- De stijfkoppige man kon niet op andere gedachten gebracht worden.
- Het woord stijfkoppig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "stijfkoppig" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 79 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ stijfkoppig op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Achtervoegsel -ig in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 79 %