taai

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taai
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen taai taaier taaist
verbogen taaie taaiere taaiste
partitief taais taaiers -

Bijvoeglijk naamwoord

taai

  1. (materiaalkunde) moeizaam en plastisch vervormend onder mechanische belasting
    • De gesmolten suiker vormde een steeds taaiere massa. 
  2. (kookkunst) moeilijk te snijden, kauwen (van vlees)
    • Je moet een biefstuk snel aanbraden, te lang bakken maakt het bruin en taai. 
  3. (figuurlijk) vasthoudend, moeilijk te breken (van personen)
    • De divisie stuitte op taai en fel verzet toen ze de stad probeerden in te nemen. 
  4. (figuurlijk) saai, langgerekt
    • De leraar probeerde de taaie stof met levendige verhalen aantrekkelijker te maken. 
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zich taai houden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
taai taaie taaier taaiste

Bijvoeglijk naamwoord

taai

  1. taai