radiator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een radiator

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord radiator radiatoren
radiators
verkleinwoord radiatortje radiatortjes

Zelfstandig naamwoord

radiator m

  1. (techniek) een toestel dat door straling warmte afgeeft, ofwel ter verwarming van een ruimte, ofwel ter koeling van bijvoorbeeld een motor
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord radiare
Naar frequentie 26336
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   radiator     radiatoren     radiatorer     radiatorene  
genitief   radiators     radiatorens     radiatorers     radiatorenes  

Zelfstandig naamwoord

radiator, m

  1. (techniek) radiator (verwarmingselement)
  2. (techniek) koeling (van een auto)
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord radiare
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   radiator     radiatoren     radiatorar     radiatorane  

Zelfstandig naamwoord

radiator, m

  1. (techniek) radiator (verwarmingselement)
  2. (techniek) koeling (van een auto)
Synoniemen